Smart Cities & Living Labs

Bart van der Sloot

Smart Cities & Living Labs

Smart Cities en Living Labs worden steeds vaker gebruikt als laboratoria om de weg te effenen voor de implementatie van slimme technologie in de fysieke omgeving. Een publieke omgeving die ingebed is in sensoren en uitgerust is met camera’s staat altijd 'AAN’. Living Labs en Smart Cities brengen belangrijke juridische en ethische vraagstukken met zich mee, omdat ze basale elementen van de publieke sfeer ter discussie stellen.

Het Living Lab is een relatief nieuw fenomeen dat zijn oorsprong vindt in de Verenigde Staten en sinds kort zijn opmars maakt in Europa en Nederland. Een Living Lab is een ruimte – soms een stad, soms een wijk, soms een huis – die is aangewezen als experimenteergebied. Wetenschappers, in samenwerking met overheden en bedrijven, mogen in zo’n gebied experimenten uitvoeren op personen die zich daar ophouden of begeven. Dergelijke experimenten beogen doorgaans sociale of maatschappelijke problemen aan te pakken,

zoals verkeersopstoppingen, sociale onveiligheid of energieverbruik. Dit gebeurt door het verzamelen van gegevens over burgers, waaruit gedragspatronen worden gedestilleerd. Op basis hiervan wordt vervolgens hun gedrag beïnvloed, om zodoende de problemen te verhelpen of te mitigeren. Dit roept een aantal ethische en juridische vragen op. Drie daarvan zullen hier worden besproken.


Download het artikel hier.

Op dit moment ben ik bezig met een groter project waarin ik 'oude' utopische projecten (Plato, Moore, Campanella, etc.) vergelijk met de huidige utopische projecten, vooral die welke gebruik maken van technologie.


Ik vergelijk verschillende vrijheidsconceptualisaties die ten grondslag liggen aan deze utopische projecten en beoordeel de rol die privacy speelt op deze ideale plekken. Hoewel het bekend is dat in dystopieën (1984, We, Brave New World) privacy zo goed als afwezig is, geldt dit interessant genoeg ook voor utopieën.


Waarom is privacy op ideale plaatsen afwezig? is de kernvraag waar ik in dit project mee te maken heb. Hopelijk mondt dit op een dag uit in een boek. 

In dit hoofdstuk wordt de transformatie van de publieke sfeer door Smart Cities en Living Labs verkend. Het onderzoekt deze transformatie door drie datagestuurde projecten in steden over de hele wereld te analyseren. Deze projecten roepen belangrijke juridische en ethische vragen op omdat ze basale elementen van de publieke sfeer transformeren en ter discussie stellen. Het eerste deel biedt de lezer een theoretisch kader voor dit hoofdstuk door de kenmerken van een betekenisvolle publieke sfeer zoals voorgesteld door Jürgen Habermas kort te beschrijven en de concepten van Living Labs en Smart Cities te bespreken. In hoofdstuk twee, drie en vier, worden drie casus geanalyseerd, namelijk het smart nation project van Singapore, Google's Living Lab 'Sidewalk' in Toronto, Canada, en het Living Lab 'Stratums Eind 2.0' in Eindhoven, Nederland. Deze casus zullen worden gebruikt om het concept van de publieke sfeer en zijn transformaties zoals voorgesteld door Jürgen Habermas te heroverwegen. Smart Cities en Living Labs stellen belangrijke kenmerken van een open, neutrale en democratische publieke sfeer ter discussie. De nieuwe publieke sfeer komt eraan, of toch niet?


Download het concepthoofdstuk hier, of koop het boek hier.

Er is een trend om de openbare ruimte in slimme steden en living labs te privatiseren. Google, Microsoft en andere technologiebedrijven 'bezitten' soms bepaalde delen van de stad. Hetzelfde gebeurt in toenemende mate met particuliere woningen van burgers. Mensen krijgen gratis smart homes aangeboden; in ruil daarvoor stemmen ze ermee in om deze bedrijven alle activiteiten in hun huis te laten monitoren.


Hoewel de privatisering van openbare ruimten en privéwoningen om vele redenen duidelijk problematisch is, is het niet helemaal nieuw noch per sé problematisch. In dit project vergelijk ik de privatisering in smart cities en smart homes met oudere vormen van privatisering, vooral met de horigen die op het land woonden en in de huizen van hun heer en met de fabrieksarbeiders die in fabriekswijken woonden, vaak geheel of gedeeltelijk gefinancierd door industriële bedrijven. Veel van deze arbeiderswijken werden gezien als luxueus en arbeiders woonden er graag, ook al ging dit vaak ten koste van hun privacy. 


Een artikel hieromtrent is work in progress.

Andere Wetenschappelijke Publicaties